Eerste Oplossing: “Academische juffen en meesters”
Van onze verslaggever
Gerard Reijn
Amersfoort
In de Onderwijsagenda zoekt de Volkskrant naar oplossingen voor problemen in het onderwijs. Kan de universitaire pabo het basisonderwijs verbeteren?
Amersfoort In de verkeersles die Janice Wierenga (21) aan groep 6 van de Amersfoortse school Atlantis geeft, is niet veel bijzonders te zien. Wierenga informeert bij de kinderen of die nog weten hoe dat zat met de verkeersregels voor de voetgangers, ze schrijft een paar van die regels op en zet de groep dan aan het werk.
Niets bijzonders dus, behalve Wierenga zelf. Zij is bijzonder. Ze is van de eerste lichting van een nieuw soort onderwijzer in de maak. ‘Normale’ basisschoolonderwijzers komen van de pabo, een opleiding op hbo-niveau. Maar zij zit op de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs Alpo, ook wel de Academische Pabo genoemd. Het is een samenwerkingsverband van de universiteit en de hogeschool in Utrecht. Afstuderen levert een universitair (bachelor) diploma onderwijskunde op en een hbo-diploma pabo.
De Alpo was de eerste academische pabo, maar inmiddels hebben veel universiteiten er een. De academische pabo is een van de meest hoopgevende antwoorden op de volgens velen tanende kwaliteit van het basisonderwijs.
Wierenga heeft het verschil aan den lijve gemerkt. Ze zat op de pabo, maar dat doorliep ze ‘met twee vingers in de neus’. Toen ze van de Alpo hoorde, schreef ze zich onmiddellijk in, kwam door de selectie (één op de drie studenten werd toegelaten) en nu zit ze in het tweede jaar. Ze loopt stage op OBS Atlantis. Haar stagebegeleider, Arjan de Lange, begeleidde eerder al drie andere stagiairs, alle drie van de pabo. Het verschil zit hem volgens hem in de opdracht van de studenten. ‘Janice is hier binnengekomen met een opdracht om onderzoek te doen.’ Zo heeft ze al eens de tekeningen van een aantal kinderen geanalyseerd, en nu gaat ze een sociogram van de klas maken.
Rekentoets
De Lange is het niet opgevallen, maar er is ook een enorm verschil in kennis. Net als pabo-studenten moeten de alpo-studenten in het eerste jaar reken- en taaltoetsen maken. Van de pabo-studenten bleek 38 procent na drie pogingen er nog steeds niet voor geslaagd. Op de Alpo slaagde 98 procent bij de eerste poging voor de rekentoets, en 95 procent voor de taaltoets.
Er kleeft één nadeel aan die keien van Alpo-studenten, vreest Theo Wubbels, de initiatiefnemer en nog steeds verantwoordelijk voor de Alpo. ‘Sommige mensen in het onderwijs vinden de Alpo-studenten arrogant. Dat wordt bedreigend gevonden.’
Arrogantie kan Wierenga niet worden verweten. ‘Ik ben geen betere leerkracht dan iemand die via het mbo is binnengekomen’, zegt ze. ‘Het gaat er niet om wat je weet, maar of je het kan overbrengen.’
Of de Alpo’s de oplossing voor het kwaliteitsprobleem van onderwijzers zijn, moet nog blijken. Want de vraag is: gaan ze straks wel echt voor de klas staan? Wierenga is het vast van plan, de eerste vier, vijf jaar. Daarna kan ze misschien adviseur worden, of onderzoeker. Dat ze niet méér verdient dan iemand met een pabo-opleiding kan haar niet schelen. ‘Ik doe dit niet om geld te verdienen, maar om leuk werk te hebben.’
Er zijn plannen om de Alpo-opleiding nog verder te verbeteren door er een master bovenop te zetten. Maar daar is Wubbels tegen. ‘Als we dat doen, ben ik bang dat er meer studenten niet voor de klas komen.’

Reacties
Laat een reactie achter Trackback