Tweede Oplossing: Geen lokalen, wel een eurekaruimte
Van onze verslaggeefster
Ianthe Sahadat
ROSMALEN
Wat is de school van de toekomst? Voor de Onderwijsagenda gaat de Volkskrant op zoek. Over beelddenkers en ‘echte’ intelligentie.
ROSMALEN ‘Marianne, we hebben geen internet’, roept een blond jongetje van een jaar of 10. De juf is niet onder de indruk. ‘Dan ga je toch iets anders doen?’ Op ‘de school van de toekomst’ ligt het draadloze netwerk plat. Geen probleem, volgens directeur Ton van Rijn (61), want internet is slechts één van de vele ‘leerbronnen’ op basisschool Wittering.nl.
ICT is een middel, geen doel op zich, zegt ook Rob Martens, professor multimediale educatie van de Open Universiteit. Martens bezoekt regelmatig innovatieve scholen en in zijn zoektocht naar het ‘onderwijs van de toekomst’ stuitte hij op Wittering.nl in Rosmalen. Hij was ‘onder de indruk’.
Visioenen
En niet omdat hij klaslokalen met doorzichtige schoolborden, touchscreens en koptelefoondragende kinderen aantrof. ‘Mensen hebben nog wel eens futuristische visioenen bij toekomstig onderwijs. Dat zijn mooie plaatjes, maar onzin’, zegt Martens. ‘We bereiden kinderen voor op de samenleving over tien of twintig jaar. Tegen die tijd heeft iedereen minstens een iPad of iPhone en is informatie altijd en overal beschikbaar. De letterlijke techniek hoef je kinderen niet te leren, een iPhone bedienen is reuzesimpel. Wat ze moeten leren is zelfstandig werken en kritisch selecteren.’ En dat is wat ze volgens Martens doen in Rosmalen.
Wittering.nl is een school zonder lokalen, maar met een ‘eureka-ruimte’, een atelier, een danstheater en een restaurant. Kinderen zijn niet verdeeld in acht groepen, maar in drie leeftijdssegmenten (units). Unit één telt bijvoorbeeld 76 kinderen van 4 tot en met 6 jaar, met 4 volwassen begeleiders.
Uitgangspunt van het onderwijsconcept van de school is dat kinderen niet maakbaar zijn, maar ‘ontwikkelbaar’. ‘Wij gaan van de mogelijkheden van ieder individueel kind uit’, zegt directeur Van Rijn.
‘Kinderen zijn van nature gemotiveerd, stellen vragen, zijn nieuwsgierig, willen ontdekken.’ Volgens Van Rijn onderschat het huidige onderwijs kinderen. ‘Het is te talig. Het gaat vooral om reproductie en niet om vermogen. Terwijl elk kind anders leert; je hebt beelddenkers, die leren niet in taal. Je kunt van een hyacint ook geen tulp maken.’
In een hoek staren zeven kinderen ademloos naar een juf met een speelgoedkonijn. ‘Kijk’, zegt de juf, ‘hij heeft een lampje in zijn staart. Als ik de energie nou wil gebruiken, wat moet ik dan doen?’ Alle vingers schieten omhoog. Even verderop bouwen vier jongens een blokkenkasteel. Cato (3) en Nicky (5) bezemen de kappershoek en Anouk (12) werkt op een laptop aan haar portfolio.
Nicolette van ’t Hoff (31) krijgt een rondleiding van de directeur. Ze overweegt haar twee kinderen van 7 en 8 jaar naar de school te sturen. ‘Mijn oudste zit nu voor in de klas, omdat hij te onrustig is’, zegt Van ’t Hoff. ‘Ik wil weten of deze school misschien beter bij hem past.’
Waarom moeten we eigenlijk breuken kunnen vermenigvuldigen? Welke volwassene maakt er nog weleens een staartdeling?, vraagt de directeur haar. Onderwijs zou moeten gaan over talentontwikkeling, legt hij uit. ‘Kinderen weten namelijk heel goed wat ze op een dag willen doen.’ Van ’t Hoff twijfelt: ‘Als je mijn oudste zijn gang laat gaan, zit hij de rest van de dag in de techniekhoek.’ Van Rijn: ‘En wie vindt dat erg, hij of u?’
Bovendien hoeft ze zich daar geen zorgen om te maken. Van Rijn: ‘Het gaat om een balans tussen loslaten en forceren.’ De school heeft meer structuur dan er op het eerste gezicht lijkt te zijn. Er wordt gewerkt met ‘kernconcepten’, zoals energie en kracht of groei en leven, waarbij de kinderen in praktische situaties worden geplaatst, vanuit het idee: al doende leer je het best. Dus ontleedt Louis (10) wijn en trekt Boris (11) dna uit kiwivruchten. Eenderde van de lestijd wordt daarmee ingevuld.
Rekenhoek
Nog eenderde gaat naar de ‘klassieke domeinen’, zoals taal en rekenen. En de rest van de tijd gaat naar sport, beweging en kunstzinnige vorming, waar volgens Van Rijn ‘de echte intelligentieontwikkeling’ zit: in verbeelding en goed in je vel zitten.
Aan een tafeltje zit Thijmen (12) geconcentreerd te schrijven. Hij werkt zijn weekplanning bij. De jongen zit pas net op Wittering.nl. Hij komt van een andere school, waar hij gepest werd. ‘Nu niet meer’, vertelt hij, ‘ik heb mijn motivatie teruggevonden.’ Op de vraag wat hij straks gaat doen, laat hij een stilte vallen. Dan: ‘Ik kan nu wel zeggen dat ik zo naar de rekenhoek ga, maar misschien heb ik daar straks wel helemaal geen zin in.’ Van Rijn lacht: ‘Groot gelijk heb je, Thijmen.’

Reacties
Laat een reactie achter Trackback