Door Yvonne Zonderop

Pubers zijn eigenlijk slimmer en socialer dan ooit, ook al kunnen ouderen hun gedrag vaak moeilijk kunnen volgen. Dat was de strekking van het boek Generatie Einstein, waarmee Inez Groen en samen met zakenpartner schrijfmaatje Jeroen Boschma een paar jaar geleden furore maakten. En waarop ze kritiek kregen, omdat ze zo’n optimistisch beeld schetsten van een generatie die zich volgens sommigen juist alles laten aanleunen.
Sindsdien doet Inez Groen onderzoek, geeft ze lezingen en houdt ze de vinger aan de pols van de jeugd, in een samenleving die technologisch en sociaal in rap tempo verandert. Als lid van het Panel van Wijzen van de Onderwijsagenda vroeg ze aandacht voor de weerslag van de sociaal-culturele veranderingen op het onderwijs. Samen samen met zakenpartner schrijfmaatje met Jeroen Boschmazijn ze is druk bezig met een update van Generatie Einstein, omdat er op het gebied van media en mediagebruik zoveel verandert. En ze legt de laatste hand aan een boek over kinderen tot 12 jaar. Want ook die ontkomen niet aan de veranderende tijdgeest.

Vertonen kinderen op de basisschool nu ook al dezelfde trekken als pubers?
Groen: ‘Voor een deel. De basisschoolleeftijd is doorgaans gemakkelijker. Acht- tot tienjarigen zijn enthousiast en vrolijk, ze vinden het leuk om met elkaar wedstrijdjes te doen. Ze zijn op een andere manier met elkaar bezig dan pubers. Maar toch duidt recent onderzoek op overeenkomsten, met name onder jongetjes van 9 en 10 jaar. Zij zeggen: ik heb voor iedereen respect, behalve voor de leraar, want die heeft geen respect voor mij. Je ziet dus dat het al op jongere leeftijd een rol gaat spelen. Die term respect hoor ik te vaak om het te kunnen negeren.

Wat moet ik me voorstellen bij respect voor een tienjarige?
Groen: ‘Je moet ze gelijkwaardig behandelen. Dat is heel belangrijk, want dat doen ouders ook. Die zeggen tegen hun kind: jij moet er zelf achter komen wat jij wilt. Daarmee zeggen ze in feite: je bent gelijkwaardig, al moet je nog veel leren. Het is allang niet meer zo dat ouders zeggen: dit gebeurt, omdat ik het zeg.
‘Ouders willen heel graag dat kinderen gelukkig zijn, en dat geluk komt als je je eigen ikje ontdekt. De boodschap is: je moet het zelf uitzoeken en niet klakkeloos alles aannemen en gehoorzamen. Die houding verwachten ze ook van hun docent. ‘in de klas.’

Ieder kind op eigen gezag zijn identiteit laten vinden. Zouden daarom zo veel docenten pleiten voor kleinere klassen?
Groen: ‘Ik snap wel dat ze daarvoor pleiten. Lesgeven is echt ingewikkelder geworden. Het komt eigenlijk niet meer voor dat leerlingen gehoorzamen, enkel omdat de leraar het zegt. Dan is een klas met dertig leerlingen erg veel, zeker als ze allemaal aandacht willen. Ook leerlingen hebben liever een klas met vijftien klasgenoten.
‘Ik was laatst op een school die van alle betrokken partijen wilde weten: hoe kunnen we het leuker maken? Ik vond dat een mooi initiatief. Aan leerlingen vroegen ze: noem kenmerken van een goede docent. Zij antwoordden: dat hij je kent, dat hij weet wie je bent, dat hij of zij vraagt: hoe was je weekend? Dat verlangen ze, naast kwalitatief goed onderwijs.
‘Het zijn geen prinsen en prinsesjes die allemaal hun zin moeten krijgen, dat is heel denigrerend. Ouders zien hun kinderen als individuen met wie je kunt praten. Ik snap uit het oogpunt van de leraar ook wel dat dit lastig is, maar tegelijkertijd kun je kunt heel ver komen als je ze weet te raken en ze enthousiast weet te maken. Als je dat niet goed doet, val je genadeloos door de mand, dat maakt het erg zwaar. Maar in feite geldt dat voor ons allemaal. Ik gaf laatst een lezing en kreeg daarover opmerkingen op Twitter, waarvan ik dacht: wauw, da’s transparant! We moeten allemaal leren wennen aan hoe die wereld is.
‘Jongeren willen serieus worden genomen als mens en als leerling. Ze eisen het gewoon op: ze zijn jong en ze gooien hun kont tegen de krib. Het in het gareel houden van een groep jongeren is altijd een uitdaging geweest. Maar je komt al een heel eind als je gewoon met ze praat.’

Maar kinderen en jongeren hebben toch ook structuur nodig? OMotivaction-onderzoekers beweren in De Grenzeloze Generatie dat vooral lageropgeleide jongeren te weinig orde krijgen.
Groen: ‘Het is een misvatting dat alles zogenaamd leuk moet zijn op school. Veel kinderen zijn wel degelijk geïnteresseerd in moeilijke vakken als wiskunde of natuurkunde. Ze worden graag uitgedaagd. Ontzettend veel leerlingen vervelen zich, zeker binnen het MBO-onderwijs. En van pure verveling doe je helemaal niks. Voor leerlingen is het juist leuk als ze heel hard hebben gewerkt en heel serieus zijn genomen.
‘Ik weet ook niet of de behoefte aan structuur nu groter is op het VMBO. Het is wel zo dat als er problemen zijn, dan zijn ze op het VMBO extremer dan op havo. Als er wordt geroepen om structuur, is dat sterker op het VMBO. Maar die behoefte aan structuur speelt bij de hele jeugd. Geen orde kunnen houden is in de ogen van alle leerlingen geen goed leraarschap.
‘Meer structuur betekent niet per se meer discipline, die twee worden vaak verward. Elk orkest heeft toch een bepaalde structuur, zelfs jazz gaat volgens strikte regels, toch zijn de uitvoerders gelijkwaardig. Jongeren zeggen: we willen graag meer regels en dan willen ze erover meedenken en meepraten. Dat is iets anders dan zeggen: vanaf vandaag is het zus of zo. Uit onderzoek weten we wanneer ouders hun kinderen alcohol verbieden met redenen omkleed, jongeren daar wel degelijk grotendeels naar luisteren. Zo kijken ze ook naar hun docenten. Ze verwachten leiding en structuur van een leerkracht die naast hen staat, niet boven hen.’

Toch hoor je vaak: laat de jeugd maar eens een toontje lager zingen.
Groen: ‘Op de school die laatst aan iedereen vroeg hoe ze het leuker konden maken, stond tijdens de discussie een leraar op die tegen een leerling zei: wie denk je wel dat je bent? Jullie mogen dankbaar zijn dat wij ons elke dag uitsloven voor jullie! Ik schrok, de directie ook, maar hij kreeg wel applaus. Ik maak het vaker mee dat docenten opstaan en boos weglopen als ik bij een lezing enkel zeg dat jongeren gewoon goed les willen krijgen en als gelijkwaardige behandeld willen worden. Dat valt sommigen heel erg moeilijk.
‘De tijdgeest verandert. De roep om strengere regels is echt iets van de laatste twee jaar. Het negatieve van de wereld is met vol geweld teruggekeerd. Sinds de economische crisis heerst er een houding van leedvermaak. Zo van: nu gaan jullie het eindelijk ook eens moeilijk krijgen. Dat is ontzettend jammer, want daarvan gaan we elkaar echt niet beter begrijpen.’

Bent u onverminderd positief over de jeugd van nu?
Groen: ‘We zijn alleen maar gesterkt in de mening dat er veel goed zit in de jeugd. Ouders krijgen constant het verwijt dat ze het niet goed doen, maar ouders doen hun stinkende best en Nederlandse kinderen zijn het gelukkigst van de hele wereld. Onze jeugd vindt het ontzettend leuk als ouderen ook op Hyves komen. Terwijl in landen als Korea en India jeugd dat niet leuk vindt; daar is een kloof. Wij streven hier naar harmonieuze verhoudingen. Dat is juist positief.
‘Als we hen vragen hun ouders een cijfer te geven, roepen kinderen om ’t hardst: een 10-plus. Gemiddeld geven kinderen hun ouders een 9,5. Ze zijn heel slim, ze zien de emoties en zeggen: het lijkt alsof wij gelukkiger zijn dan onze ouders. Ze zeggen: mijn moeder heeft wel erg veel stress. Dat extreem goed geregelde hoeft voor hen niet zo. Kinderen zijn juist trots als hun ouders ook maar gewoon zichzelf zijn.
‘Maar ouders hebben het niet gemakkelijk. Ze worden voor allerlei keuzes gesteld waarvan het antwoord niet duidelijk is. Bijvoorbeeld games, zijn die nu goed of slecht? Ieder huishouden beslist dat voor zichzelf. Doordat dat niet uniform is, kun je in een school problemen krijgen. Ik zou het leuk vinden als scholen zich zouden realiseren dat het voor ouders net zo moeilijk is als voor leerkrachten. Dat ze tegen elkaar zouden zeggen: we zitten in hetzelfde schuitje, laten we begrip houden voor elkaar.’